Erasmus Bernhard von Dülmen Krumpelmann werd op 25 augustus 1897 in Kreuznach a/d Nahe geboren. Zijn vader, Erasmus Bernardus von Dülmen Krumpelmann, was leraar wiskunde, zijn moeder, Elisabeth Adam, werkte in een hotel in Kreuznach, waar zijn vader haar tijdens een kuurverblijf ontmoette. Hij overleed op 21 juni 1987 in Zeegse.

Von Dülmen Krumpelmann bracht zijn jeugd door in Amsterdam, waar zijn ouders zich kort na zijn geboorte hadden gevestigd en waar zij nog twee zoons en een dochter kregen. Zijn vader overleed er in 1909. Al op de middelbare school - hij bezocht in Amsterdam het Barlaeus-gymnasium - bleek zijn tekentalent. Na enige jaren op het gymnasium volgde hij korte tijd een opleiding aan de Hendrik de Keyser-school, een particuliere tekenopleiding; vervolgens ging hij naar de Rijksnormaalschool voor tekenonderwijs. Daar kreeg hij onder andere les van W.B.G. Molkenboer, Ch. Bakker en J. Visser. Na een jaar moest hij deze opleiding verlaten, vanwege te veel verzuim, maar hij behaalde desondanks in 1914 de akte LO handtekenen.
Ondertussen had Von Dülmen Krumpelmann via de rector van het Barlaeus-gymnasium kennis gemaakt met de bekende politieke tekenaar Johan Braakensiek, die hem aan enkele opdrachten voor illustraties hielp. Ook bracht Braakensiek hem in contact met verscheidene andere vooraanstaande Amsterdamse kunstenaars, onder wie de oud-directeur van de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten, August Allebé, en de befaamde impressionistische stadsgezichtenschilders Georg Breitner en Willem Witsen. Deze drie kunstenaars namen de jonge tekenaar onder hun hoede en hielpen hem zich verder te ontwikkelen.
In de Eerste Wereldoorlog moest Von Dülmen Krumpelmann korte tijd in militaire dienst en maakte daar diverse tekeningen van het soldatenleven. In 1918 werd hij lid van de kunstenaarsvereniging Arti et Amicitiae. Tot na de tweede wereldoorlog exposeerde hij regelmatig zijn werk op de ledententoonstellingen. In 1919 kreeg hij de opdracht om voor de journalist M.J. Brusse, die hij via Breitner had leren kennen, een serie illustraties te maken voor een gebundelde uitgave van diens artikelenreeks 'Onder de menschen'. Vervolgens kreeg hij via Brusse de opdracht voor een groot aantal tekeningen voor het driedelige gedenkboek Geschiedenis van de Amsterdamsche Stoomvaart, geschreven door M.G. de Boer.
Ondertussen werkte hij vanaf 1917 regelmatig in Drenthe. In Zeegse had hij een logeeradres bij de tante van een vriend. Na zijn huwelijk in 1921 vestigde hij zich daar definitief. Zeegse inspireerde hem sterk door het toen nog zo ongerepte Drentse landschap en het eenvoudige leven van de Drentse plattelandsbevolking. Hij bleef overigens vanuit Zeegse regelmatig terugkeren naar Amsterdam om daar het jachtige leven in de grote stad vast te leggen, hetgeen voor hem een noodzakelijk tegenwicht vormde voor de landelijke rust van Drenthe. Daarnaast legde hij al snel contacten in de Groningse kunstwereld en werd daar begin jaren twintig enige tijd lid van de befaamde kunstkring 'De Ploeg'. De kennismaking met de expressionistische schildertrant van Ploegleden als Jan Altink, Jan Wiegers en Johan Dijkstra beïnvloedde blijvend zijn stijl, die losser en kleuriger werd hoewel hij de beginselen van het (Amsterdamse) impressionisme nooit heeft afgezworen.
Behalve in plaatsen als Amsterdam, Groningen en Drenthe heeft Von Dülmen Krumpelmann, die zijn werk na zijn vestiging in Zeegse meestal met 'vDulmen' signeerde, ook veel in het buitenland gewerkt. Vanaf het midden van de jaren twintig trok hij regelmatig naar Parijs, waar hij een groot aantal doeken met gezichten op de brede boulevards heeft geschilderd. Na de Tweede Wereldoorlog heeft hij ook elders in Frankrijk geschilderd en nadat hij in 1947 met een Groningse coaster een reis naar Portugal en Noord-Afrika had gemaakt, zou hij nog meerdere keren naar deze streken terugkeren.
Ondertussen hield hij zich in de Drentse kunstwereld allerminst afzijdig. In 1946 behoorde hij, samen met onder anderen Reinhart Dozy, Hans Heijting en Hein Kray, tot de oprichters van de eerste beeldende-kunstvereninging in Drenthe, 'De Drentsche Schilders', die tot 1953 heeft bestaan en in die jaren op verschillende plaatsen in de provincie exposities heeft georganiseerd. Een jaar na de opheffing van deze vereniging richtte hij, samen met onder anderen Evert Musch, Antony Keizer, Albert Torie, Arent Ronda en zijn zoon Erasmus Herman, het Drents Schilders Genootschap op, dat tot op de dag van vandaag een toonaangevende rol in het culturele leven in Drenthe speelt.
Tot op hoge leeftijd heeft Von Dülmen Krumpelmann doorgewerkt en een oeuvre opgebouwd dat uit ontelbare schilderijen, aquarellen en tekeningen bestaat van de meest uiteenlopende onderwerpen: landschappen, stads- en dorpsgezichten, kermis- en circustaferelen, scènes uit het boerenleven, portretten, enzovoort. Veel succes heeft hij geoogst met zijn schilderijen en aquarellen van naakte kinderen die in de Drentse Aa zwemmen en spelen, een motief dat hij sinds de jaren dertig veelvuldig heeft vastgelegd.